Reflexen: de basis van ontwikkeling (en waarom ze soms leerproblemen veroorzaken)
Na jarenlang zoeken zijn we erachter gekomen dat onze dochter van toen 12 jaar, veel reflexen nog niet geïntegreerd had. Daardoor kon zij niet tot leren komen. Om haar te helpen ben ik een zoektocht begonnen om meer te weten te komen over de werking van reflexen.
Wat zijn primaire reflexen?
Als een baby wordt geboren, zorgen primaire reflexen ervoor dat het kind kan overleven en zich kan ontwikkelen. Reflexen zijn automatische bewegingen, die worden geregeld door de hersenstam. Het gebeurt onbewust, zonder nadenken.
Voorbeelden:
Als een baby niet wil drinken, kun je de handpalm masseren.
De mond gaat automatisch open en dicht (zuigreflex).
Als je een baby schrikt, gaan de handjes de lucht in (moro-reflex).
Zonder deze reflexen zou een baby niet kunnen drinken, bewegen of zich ontwikkelen.
Ontstaan en integratie van reflexen
Reflexen ontstaan al in de baarmoeder. De eerste reflex die zich ontwikkelt, is de terugtrekreflex. Deze reflex zorgt ervoor dat het kindje beweegt en reageert op prikkels.
In de eerste zes maanden van het leven worden reflexen langzaam omgezet in bewuste bewegingen. De reflexen “trekken zich terug” in de het lichaam en draaien daar op de achtergrond mee. In geval van gevaar kunnen ze weer actief worden, zodat je snel kunt reageren en overleven.
Maar soms verloopt de ontwikkeling niet helemaal zoals bedoeld. Dan blijven reflexen actief. Dit kan leiden tot allerlei klachten, zoals:
slechte concentratie
snel gefrustreerd zijn
visuele problemen
houterige motoriek
snel last van licht en geluid
angstig zijn
En vooral: het leren komt niet op gang. Vaak wordt er dan gezocht naar oplossingen zoals extra begeleiding, heel veel extra oefenen, medicatie of therapie, maar de echte oorzaak (de reflexen) wordt niet aangepakt.
Wat zie je in de klas?
Motorische kenmerken
Kinderen met niet-geïntegreerde reflexen kunnen motorisch onhandig lijken. Dit kan je zien aan:
niet goed zijn in gym of een hekel hebben aan gym
vaak struikelen
vaak ergens tegenaan lopen
op de tenen lopen
een kromme, ingezakte houding
moeite met huppelen of hinkelen
houterige bewegingen
moeite met stilzitten
wiebelen, friemelen of niet goed op een stoel blijven zitten
zit met neus dicht op het werk
verkrampte pengreep / slecht handschrift
moeite met knippen (mond gaat open en dicht)
tijdens concentratie de tong uit de mond
moeite met netjes eten (bv. “pasta mondjes” of pindakaas-mondjes)
de W-zit
Gedragskenmerken
Ook gedrag kan beïnvloed worden:
beweeglijk en rusteloos
moeite met luisteren
slechte concentratie
vergeetachtig (werkgeheugen werkt niet optimaal)
kort lontje
kan dichtklappen of bevriezen
soms afwezig
dwangmatig gedrag
slecht slapen
Leerproblemen
Leerproblemen die vaak voorkomen zijn:
niet willen lezen
moeite met spraak en taal
rijmen is lastig
klanken onderscheiden is lastig
kleine woordenschat
visualiseren is lastig
trage verwerkingssnelheid
moeite met volgorde (bij schrijven, tellen, spelling, lezen)
stap voor stap procedures volgen (bv. spellingregels)
plannen is lastig
tijdbegrippen door elkaar (morgen/ vandaag)
analoog klokkijken lukt niet
links en rechts verwarren
p, b en d verwarren
Sociaal-emotionele kenmerken
Ook sociaal-emotioneel kan je dit terugzien:
angstig (bijv. bang in het donker)
faalangstig
contact maken is lastig
oogcontact is lastig
hooggevoelig
schrikt snel (bij hard geluid of stemverheffing)
weinig zelfvertrouwen
gespannen
kan snel in paniek raken
Meer informatie en behandelaars
Op onderstaande sites kun je terecht als je meer informatie wilt over visuele dysfuncties en behandelaars.
https://www.info-fo.nl/fixatie-disparatie
